| Weblog plaatjes zoeken |
|
Zoek je leuke plaatjes voor je weblog? Tik het gezochte item in, bijvoorbeeld liefde en klik op zoeken.
|
| Afbeelding/foto |
 |
Berichten uit het kippenhok.
Vanaf dit nummer heb ik de eer een column te mogen schrijven. Deze eerste aflevering wil ik daarom gebruiken om mijzelf voor te stellen, mijn naam is Huib Rijk, 48 jaar oud, getrouwd en vader van 3 zonen in de leeftijd van 12, 14 en 16 jaar. Ik ben boer op een biologisch akker- en tuinbouwbedrijf van 28 hectare in Biddinghuizen, Flevoland. Verder hebben we aan vee een kippenhok met 11 kippen.
Ter gelegenheid van Wereldvoedseldag heb ik een artikel geschreven dat in Nieuwe Oogst is gepubliceerd evenals in de Volkskrant. Ik heb een brede belangstelling:o.a. geschiedenis, filosofie, exacte wetenschappen, landbouweconomie, literatuur. Op feestjes is het bij ons net een kippenhok met allemaal verschillende mensen. Mijn familie en vriendenkring bestaat uit een bonte stoet aan zowel vegetariërs als boeren uit de bio-industrie; gangbare, geïntegreerde en biologische boeren en gewone burgers, militairen en antimilitaristen, etc. wij hebben op ons bedrijf allerlei mensen aan het werk: buren, familie, scholieren, stagiaires, Polen, Roemenen en asielzoekers. Ook geef ik excursies op ons bedrijf, veel chinezen en japanners (inclusief fotocamera).
Ik heb familie in Canada, Amerika en Nieuw-Zeeland (één van mijn favoriete neven werkt voor de Amerikaanse overheid om in het Midden-Oosten de export van landbouwproducten te bevorderen). Zelf ben ik in Amerika, Canada, Afrika en Oost-Europa geweest. Ik voel me dan ook wereldburger, ofwel wereldboer. Wat mij altijd opvalt is dat in alle discussies niemand de wijsheid in pacht heeft, laat staan in eigendom. In Amerikaanse tv-series moeten getuigen voor de rechtbank altijd zweren om ,,de waarheid, de hele waarheid en niets dan de waarheid” te vertellen. Welnu, absolute waarheid is een illusie. Zelfs een bekentenis van de verdachte zegt niet alles, vraag maar aan Cees B.
Wat ik de lezer wil voorschotelen zijn dan ook slechts zinvolle bijdragen aan de discussie. Die zal ik dan ook op mijn eigen eigenwijze wijze voor u trachten te leveren. Wat mij in het bijzonder interesseert is hoe wij (als boeren en Nederlanders) tegen hen (boeren en niet boeren elders op deze wereld) aankijken en omgekeerd, hoe wij naar het verleden en de toekomst kijken en hoe ze in de toekomst op ons zullen terugkijken. Uiteraard weet ik nog niet precies wat ik allemaal zal schrijven al heb ik wel een aantal ideeën. Soms zal ik schrijven over landbouwpolitiek, afgewisseld met berichten uit het kippenhok, dat wil zeggen dat grote.
Huib Rijk, Biddinghuizen., 14 januari 2006
|
23-03-2008 - ontkenning
Ontkenning
In de wilde jaren negentig was de markt voor biologische producten uitermate gunstig. Overschotten waren zeldzaam. ’s-Winters kon iedereen zijn inventarisatieformulier invullen. Als voor sommige producten te veel was ingetekend, waren er wel andere producten met extra teeltmogelijkheden. Ik geef toe, ik heb het ook wel gezegd: “Wij maken niet dezelfde fout als gangbaar, veel te veel produceren.” Wij hebben de markt onder controle, dachten we.
Er is een verschil in risico’s tussen gangbare en biologische landbouw. Gangbaar is het normaal geen probleem om een goede fysieke opbrengst te behalen, maar is er vooral een prijsrisico. Biologisch liggen de risico’s vooral bij het behalen van een goede opbrengst. Het een is niet beter als het ander, 60 ton x fl. 0,00 is evenveel als 0 ton x fl. 0,60. Vanaf 1998 is alles veranderd. Het telen van een goed product houdt niet automatisch in dat je het ook kunt oogsten.* Biologisch was er opeens van alle producten te veel. “Mensen hebben geen geld over voor biologische producten” was een reactie die ik van veel kanten hoorde. De oorzaken lagen echter niet aan de vraagkant. De vraag had een rechtlijnig verloop, niet horizontaal of naar beneden, maar omhoog. Het aanbod ging echter sneller omhoog.
Wij mensen zien graag een logisch verband tussen oorzaak en gevolg. Het geeft ons het idee (de illusie?) dat we de wereld begrijpen en zo mogelijk kunnen besturen. De markt is echter cynisch. Vaak brengt een product van topkwaliteit bijna niks op en even later kan de grootste troep goud geld opbrengen. Bij een afwisseling van goede en slechte jaren is kunnen we dat wel relativeren: “Het kan niet altijd feest zijn”. Als het bijna nooit of bijna altijd feest is laat ons relativeringsvermogen maar al te snel in de steek. “Wij controleren de markt en voorkomen productie van overschotten” en “consumenten willen geen eerlijke prijs betalen voor onze producten” of zelfs “de regelmakers in Den Haag of Brussel willen alle boeren kapot maken” zijn voorbeelden van hetzelfde: ontkenning van de markt. Een ander opvallend verschijnsel: als het voor de wind gaat is de neiging onbedwingbaar te denken dat het eigen verdienste is. Bij tegenspoed zoeken we de oorzaken vooral buiten onszelf.
Nog een voorbeeld uit de grote-mensenwereld: vorig jaar was ik op een bijeenkomst over ontwikkelingssamenwerking waar ook een boerenvoorman sprak. De Nederlandse landbouw doet het zo goed, omdat wij een perfecte organisatie voor productie, afzet en transport hebben opgebouwd. De landbouw in de arme landen mist dat systeem, dus ligt de oplossing erin om dat systeem daar naartoe brengen. Ik vind dat een mooi voorbeeld van de ontkenning van de markt. Stel dat wij de afgelopen 50 jaar voor wereldmarktprijzen hadden moeten produceren en zij een beschermde markt hadden gehad (incl. subsidies), hoe zou dan de situatie zijn?
* 1998 was een extreem nat jaar, meer dan de helft van alle aardappels zijn toen niet geoogst.
Gepost door: hetkippenhok op 23-03-2008 om 15:20
|
Reageer |
|